Vrije teksten

Ik schrijf vrije teksten. Zomaar. Een gedicht. Een verhaal. En misschien zelfs wel een boek. Ik verzamel mijn werk en breid dat steeds verder uit. Ik ben bezig met een groter, nog ondefinieerbaar project. 

Momenteel werk ik bij toneelschrijfster Pauline Mol op diverse zondagen aan mijn teksten. En zij helpt mij daar een weg in te vinden. In die wirwar van zinderende teksten.

Hierbij een paar flarden.

De wind veegde dikke diepe strepen om het huis die hij op zijn huid voelde. Was het een dier of iets anders? Wie of wat floot er nou zo indringend? De strepen groeven dieper en leken een huis in zijn eigen huis te worden. Nee, niet om hem, maar in hem. Het huilde dieper in hem, van zo ver weg, dat hij niet snapte wat het was. Het bed was zo nat dat hij dreef. Hij dreef in het water dat hij huilde en werden samengebonden door de vacuüm lucht om zijn huis. Hij verdween in een zee van tonen die niemand ooit gehoord had en stroomde naar een kolkende massa van water in alle kleuren blauw en groen zo diep en ver. Hij werd gezogen naar een begin en naar een einde. Naar alles wat het was. Het kolkte en kolkte en ineens zag hij dat hij geen lijnen meer had om zijn lijf, maar alles was geworden om hem heen. Hij was alles en niets. 

De stad is wakker
Wakkerder dan ik
Blikkerig geluid van het ijzer in de rails van de laatste tram
Wauwelende stemmen 
Drommen meisjes jongens
Tongende zoenen
De brandweer dendert gillend langs
En de brug staat open
Dikke schepen en een mast drijven voorbij
Hoge laarzen
En glanzende krullen die waaien
Dikke gel-lokken die plakken
Sigaretten en red bull 
Parfum in de lucht en vrouwen die lonken
Het harde licht boven de straat valt op een vrouw in een joggingbroek met uitgezakte krullen, pet, peuk.
"Kom nou Karel ik wil nog een neut!"
Troep op de stoep op straat
Blikjes, lege dozen, flessen en vuilniszakken
Toeristen die oversteken. Hoge hak blijft hangen in de rails. 
Meisje plat op de grond. 
Giechelend strompelt ze naar de stoep. Misschien dat het leven daar begint.
Ik trap mijn fiets automatisch naar huis. 
Binnen hoor ik de taxi's, de stemmen, en alles bedompt. Ik slaap al.
Terwijl Amsterdam gierend door de straten lalt

Theewater. Dadels. Honing. Munt.

De woestijn was droog. het stof kleefde aan alles. De doeken beschermden.

Ik schreef elke dag. De hele dag. Letters en woorden. Warme stoffige woorden van lucht.

Ik sliep diep. Vast. Donker. Ik groef in een laag van stof en kwam bij een bodem. Dat duurde vijf weken en een dag. Op die bodem lag het. Daar lag het te wachten. 

Theewater. Dadels. Honing. Munt.

Ik reed weer weg op een dromedaris. Vloog naar huis en begon opnieuw. 

Er was geen stof, maar kou. 

Ik scheef elke dag. De hele dag. Letters en woorden. Koude ijle woorden die vervlogen in de lucht. 

Ik sliep licht. Onrustig. Vluchtig. Ik blies alles uit en kwam bij de top.

Theewater. Dadels. Honing. Munt.

Ze had in de loop van de tijd een rugzak gemaakt die eigenlijk meer op een aquarium leek dan een tas. Het voorste flapje kon je open ritsen en dan kreeg de goudvis wat daglicht. Tijdens het reizen schoot dat er met regelmaat bij in, dat daglicht, en dat terwijl ze wist hoe zeer de goudvis gesteld was op het licht van de zon. Dan draaide ze veel rondjes, maakte zelfs loopings in het water en soms, als ook de bovenrits open mocht en het intense zuurstofsysteem losgekoppeld, én de waterdichte deksel open, dan sprong hij in de lucht. Het waren geen grote sprongen, maar er was altijd een moment dat de goudvis even los was van water en alleen door lucht werd omringt. 

Na 21 jaar samen was het voor Hedwig erg moeilijk om nog zonder goudvis te functioneren. Mensen keken altijd erg raar als Hedwig haar rugzak op een tafel zette en zeer geroutineerd alle handelingen uitvoerde om de goudvis zich te laten omhullen door lucht. Rugzak af. Rits voor open. Rits boven open. Klittenbandjes los. Zijritsen open. Alles verwijderen. Als eerste de slangetjes en daarna het knopje uit doen. Alles af en dan, springen maar.